Klein Orkest - Het Leed Versierd

Ze lalt en ze valt,
Als ze te veel gedronken heeft,
Geeft ze alles wat ze heeft,
Aan iemand die vraagt!

Zo lang al zo bang,
Om helemaal alleen te leven,
Blijft ze fantasieí«n weven tot diep in de nacht.

Ze kijkt tv, ze drinkt thee,
Ze leest brieven, ze draait platen,
Schrikt als ze zichzelf hoort praten en niemand haar hoort.

Dan doet ze de lichten uit en controleert het gas
En als vanzelf glijdt haar jas over haar schouders heen.
Altijd op jacht, gedreven door angst dat ze kansen mist,
Vreemd dat ze altijd ergens wil zijn, waar ze niet is.

Ze zit alleen, kijkt om zich heen,
Schrikt als iemand haar iets vraagt,
Gesprekken saai en afgezaagd: waar ken ik je van?

Ze praat en verraadt,
Dat ze iemand wil vertrouwen,
Stomweg van iets wil gaan houden: heb jij thuis nog drank?


Dan staat ze op en rekent af
En als vanzelf glijdt haar jas over haar schouders heen.
Altijd op jacht, gedreven door angst dat ze kansen mist,
Vreemd dat ze altijd ergens wil zijn, waar ze niet is.

Ref.
Eenzaam tussen duizend vrienden,
Duizend vrienden toch alleen!
Eenzaam tussen duizend vrienden,
Duizend vrienden... toch alleen!

Ze kijkt en het lijkt,
Als of het dit keer anders is,
Omdat hij lief verstandig is, wil jij er nog een?

En dan lalt ze en valt ze,
Als ze te veel gedronken heeft,
Het lijkt alsof ze nu pas leeft, blijf maar slapen vannacht!

En 's morgens schrikt ze van iemand die naast haar ligt,
Kijkt met haar ogen dicht naar de film van haar leven.
Ze zoekt tussen scenes die ze vertraagd langs haar netvlies laat gaan
En de mooiste herinerring wil ze voor eeuwig stil laten staan.

Ref.
Eenzaam tussen duizend vrienden,
Duizend vrienden toch alleen!
Eenzaam tussen duizend vrienden,
Duizend vrienden... toch alleen!

Lyrics licensed by LyricFind