Boudewijn De Groot - Delirium

Omdat ik van je houd, mijn schat,
ben ik zonder jou, mijn schat,
een stuk verlopen harlekijn
die niets meer doet dan dronken zijn.
En nu je met een ander gaat,
loop ik te zwalken langs de straat.
Omdat ik wankel als een zot,
lacht iedereen zich rot.

Komt vrienden, vult de glazen goed
en laten we eens klinken.
Want als de mens toch sterven moet,
dan kan hij het best verdrinken.
Als iemand onder tafel gaat,
maken wij wel de rest soldaat.

Ofschoon je van een ander houdt,
laat mij ieder ander koud.
Ik kies gewoon mijn eigen lot
al ga ik daaraan ook kapot.
Gehangen als een hartendief
in mijn eigen strop, mijn lief,
daarom speel ik de kroegtenor
met een dronken koor.

Komt vrienden, schenk me nog eens in
en denk niet aan die kater.
Zijn lijkkist moet een ieder in,
al dronken we ook water.
En die het eerste kotsen moet,
betaalt de rekening kort en goed.

Terwijl ik hier mijn pijn verstouw,
vind ik het toch fijn voor jou
omdat jij nu gelukkig bent,
omdat jij echte liefde kent.
En als ik je ontmoet op straat
vraag ik hoe het met hem gaat.
Dan praat je vrolijk honderduit.
Daarna ga ik onderuit.

Komt vrienden, vult opnieuw het glas,
wie kan er hier nog treuren?
Wie vol is, doet gewoon een plas
en nou niet verder zeuren.
En morgenochtend merken we wel
wat er nog over is van het stel.

Omdat ik van je houd, mijn schat,
heb ik dikwijls kou gevat
met zinloos wachten voor je huis
al was je helemaal niet thuis.

Toch kan ik wel gelukkig zijn,
toch is het soms wel even fijn,
als ik je maar kan zien, mijn schat,
al ben ik nog zo zat.

Komt vrienden, vult de glazen goed
en laten we eens klinken.
Want als de mens toch sterven moet,
kan hij het best verdrinken.
Komt vrienden, vult de glazen goed
en laten we eens klinken.
Ladelalalala, ladelalalala.

Lyrics licensed by LyricFind

Wijzigen Zit er een fout in de songtekst? Wijzig hem dan nu!